Ruth de Jong-Hotze   (columniste bij het Friesch Dagblad)
te gast bij Joods Leerhuis in de Sanjes, 3 oktober 2013

Elke maand is er op de laatste donderdagavond "Joods Leerhuis", onder leiding van onze predikant J. Abbink die zich zeer interesseert voor het jodendom.

Deze keer echter was de bijeenkomst een week verschoven naar de eerste donderdag van de volgende maand; het was een speciale gelegenheid, met als gastspreekster Ruth de Jong-Hotze, een Joodse vrouw die vanuit Nederland naar IsraŽl is vertrokken en over haar ervaringen ginds een column in het Friesch Dagblad schrijft.
Ze hield (helder en duidelijk zonder microfoon, want deze is helaas gestolen!) een boeiend betoog bij ons in de grote zaal van De Sanjes, en wij waren zeer verrast hoeveel mensen hier op af waren gekomen, de hele zaal zat vol!
Doorgaans zitten we in de consistorie, en bestaat ons kringetje uit zo'n 12 mensen, maar het zijn er soms niet meer dan een stuk of acht.


Nu waren er minstens 50 bezoekers komen opdagen, van heinde en verre. Het bleek dat de lezing ook in het Friesch Dagblad was aangekondigd, en dat verklaarde deze grote belangstelling. Verscheidene mensen kenden Ruth de Jong ook nog persoonlijk.




Nadat onze predikant ds. J. Abbink haar had voorgesteld aan de aanwezigen hield zij een zeer interessant verhaal over haar leven, met name haar ervaringen in IsraŽl waar ze in 1988 voor 't eerst voor een langer verblijf heen ging met haar man en jongste van drie zonen (de oudste twee bleven in Nederland). Grote verrassing was, dat zij, reeds 45, daar vrijwel meteen in verwachting bleek van een vierde zoon. Iets wat door de vrouwen aldaar (die de Chassidische richting in het jodendom aanhingen) als iets hemels werd ervaren.
Zelf ook vegetariŽrs, belandden Ruth en haar gezin eerst in een vegetarisch dorp dicht bij de grotere stad Tzfat (Safed, in Galilea), waar haar man werk vond bij een ziekenhuis, als smid (in Nederland was hij jurist geweest, maar kon in dit beroep niet aan de slag in IsraŽl; Ruth zelf is therapeute).
Een vegetarisch dorp - zoiets vind je in Nederland niet. In IsraŽl is de bevolking in heel veel groepen en groepjes verdeeld, die in aparte dorpen of wijken wonen, ook de Joden onderling - anders dan in Nederland, waar mensen van verschillende culturen en religies door elkaar heen wonen.

Na bijna drie jaar, in 1991 verhuisde het gezin toch weer naar Nederland terug. Maar IsraŽl bleef trekken, en Ruth reisde er iedere keer weer voor drie maanden heen.
Zij vertelde erbij dat juist uit Nederland afkomstige Joden vaak heimwee krijgen, meer dan die uit bijvoorbeeld Oost-Europese landen; in Nederland is het leven in veel opzichten gemakkelijker, en het is ook een enorme omschakeling qua cultuur en klimaat als men zich vandaar uit in IsraŽl vestigt. De oosterse mentaliteit is totaal anders, en hoewel de regen in Nederland gauw gaat vervelen, zijn acht maanden per jaar zonder een druppel hemelwater toch wel een beetje erg droog...

Jaren later is het gezin toch weer in IsraŽl gaan wonen, in Peqi'in in Galilea, een plaats waar behalve joden, ook druzen (de grootste groep), christenen en moslims wonen. Ruth en Abel konden als Joden in het dorp komen wonen op voorwaarde dat ze hun eigen religie en cultuur daar niet zouden accentueren en geen aanmerkingen hebben over bijvoorbeeld werk wat hun buren op de sabbat doen.
Er komen ook veel toeristen, die bezoeken de grot van Rabbi Shimon bar Jochai, een legendarische rabbi van rond het jaar 150, die voor de Romeinen was gevlucht en daar 13 jaar in de grot was ondergedoken met zijn zoon Eliezer. In die periode werd hem de wijsheid van Kabbala geopenbaard, wel de ziel van de Thora genoemd, welke hij optekende in het boek de Zohar.
Ruth en haar man Abel wonen vlak bij die grot. Er omheen staan heel oude Johannesbroodbomen, waarvan de vruchten volgens de overlevering de rabbi en zijn zoon tot voedsel dienden. Toeristen nemen graag zo'n peul mee.
De beroemde rabbi was heel toevallig al eerder in het leven verschenen van Ruth en Abel, op een schilderij dat Abel in een rommelwinkel voor teveel geld had aangeschaft, en wat zij al jaren in hun huis hadden hangen voordat de plannen om naar IsraŽl te gaan vaste vorm aannamen. "Of toeval bestaat, valt toch al te betwijfelen, maar in IsraŽl nog meer dan elders," concludeerde Ruth zelf.


Er kwam nog wel meer ter sprake, en Ruth staat bepaald niet kritiekloos tegenover de militaire acties die IsraŽl al vanaf het stichten van de staat in 1948 heeft uitgevoerd. Dat er in dat jaar zoveel Arabieren uit hun dorpen zijn verdreven waarna vervolgens deze dorpen letterlijk en figuurlijk van de kaart zijn geveegd, vindt zij een zwarte bladzij in de geschiedenis van haar land.
Toch koestert ze hoop, dat er ooit meer toenadering tussen de diverse bevolkingsgroepen zal komen en er verzoening mogelijk is.

De avond liep uit tot half 11, terwijl men meestal om 10 uur wel naar huis gaat. Ruth zelf was bepaald niet iemand die zich er makkelijk vanaf maakte, ze gaf ook uitgebreid antwoord op vragen van het publiek.
Tenslotte breide dhr. J. Talma, die haar al persoonlijk kende en hiernaartoe had gehaald, er een eind aan: "Nog ťťn vraag, en daarna moeten we deze avond beŽindigen," zei hij. Hij deelde nog een aantal uit het Friesch Dagblad geknipte columns van Ruth de Jong uit, er waren er ruim genoeg om ieder er eentje te geven. Zo konden ook niet-lezers van het FD een indruk krijgen van stijl en inhoud van haar columns over Oosters IsraŽl.


Ds. Abbink dankte Ruth voor haar boeiende verhalen, ouderling Wil Mud overhandigde haar een envelop met inhoud, en een boeketje bloemen.
En uiteraard werd er nog wat nagepraat, sommige mensen wisselden persoonlijk nog een paar woorden met haar.
Het was een bijzonder interessante avond.