Gedachte.


In het prikkeldraad zat een vogel verstrikt. Het was een wilde gans. Het was voor mij nog een hele klus om de vleugel van de vogel heel voorzichtig los te maken. Die mocht niet breken. Die zielige vogel. Een vogel moet hoog in de lucht kunnen vliegen, vrij zijn.

Aan die ervaring moest ik denken, toen ik psalm 42 las. Daar staat: “Hart onrustig, vol van zorgen, vleugellam geslagen ziel”. En zo voelen wij ons soms ook. Bij alles wat er op ons afkomt, is ons hart onrustig. We voelen ons soms als een vleugellamme vogel. We kunnen onze vlerken niet meer uitslaan. We voelen ons gebonden. Het Coronavirus en alle berichten in het nieuws maken ons onrustig.

In psalm 42 spreekt de dichter zichzelf toe. Hij zegt tegen zichzelf: “hoop op God en wees geborgen!”
In alle onrust heeft hij toch nog hoop. Hij maant zichzelf er toe aan. Zo van, God is er toch? Zoek het maar bij Hem. Hij kan meer dan wij. Hij heeft ons lief. Is dat werkelijk zo?

Heel bekende woorden van de kerk zeggen: “zo lief had God de wereld, dat Hij zijn enige Zoon heeft gegeven”. Hij wil deze wereld redden! Dáárvoor stuurde Hij zijn Zoon. En geeft dat geen hoop? Ja toch! Want als God voor ons is – in deze wereld vol zorgen – dan hebben we één bij wie we geborgen zijn.
Hoop op God.

Binne van der Boon